woensdag 30 januari 2013

Kinderen op Cartesius Lyceum de dupe van parkeerbeleid West

Gisteren is - gedeeltelijk achter gesloten deuren, vanwege financiële gegevens - besloten dat de Singelgrachtparkeergarage er komt. In een andere zaal draaide een programma onder de titel Samen DOEN in de buurt! Wie de moeite doet even langs de Nassaukade te fietsen ziet dat vrijwel alle huizen een affiche hebben tegen de garage. Die mening DEED even niet mee.

De garage is bedoeld voor 800 auto's. Dat zijn er 400 voor centrum en 400 voor Westerpark. Waarvan er 100 voor gasten zijn. De ingang komt te liggen op het Frederikhendriksplantsoen pal voor het Cartesius Lyceum. Auto's nemen vervuiling mee. Ze rijden in en uit en op dagelijkse basis zullen het er heel wat meer zijn dan 800. Dat maakt het ook gevaarlijk.

Geen auto's in het straatbeeld is een ideaal van GroenLinks en PvdA. Dat is prachtig, maar haal ze dan ook niet de stad in. Laat ze parkeren bij bijvoorbeeld Sloterdijk. Kies niet voor parkeerplaatsen, maar voor ringparkeren voor heel West. Het station heeft goede verbindingen met verschillende delen van de stad. Dat is veel groener beleid. 

Nu zullen de auto's van de A10 de Haarlemmerweg opdraaien. Dat is nu al de plek in Amsterdam waar de meeste NO2 uitstoot wordt gemeten. Cosmetisch auto's wegpoetsen door ze onder de grond te stoppen lost dat niet op. 

- Onderwerp: Kredietbesluit Singelgrachtgarage Marnix, 29 januari 2013, besluitnummer:  2012/16501
- Bijlage 1: brief van DB aan raadsleden d.d. 17 juli 2012 ‘Openbare toelichting bij kredietbesluit Singelgrachtgarage Marnix’.
Bijlage 8 brief DB 4 december 2012 uitkomsten onderzoek parkeerfonds ACAM



In deze opname komt op 1:10 Singelgrachtgarage aan de orde:

Either scripts and active content are not permitted to run or Adobe Flash Player version 10.0.0 or greater is not installed.

Get Adobe Flash Player




Ben je liefhebber dan kun je ook kijken naar een pleidooi voor lagere parkeertarieven en tegen het ringparkeren.


dinsdag 29 januari 2013

Nextcheckt: 'Een smogalarm heeft effect op de gezondheid'


De aanleiding: In België gold donderdag en vrijdag een smogalarm. Dat gaat van kracht als het aandeel fijnstof (PM10) in de lucht boven de 70 μg/m3 ligt. Op de Belgische snelwegen mochten auto's, die bijdragen aan fijnstof, nog maximaal 90 in plaats van 120 kilometer per uur rijden. Waarom in België wel een smogalarm en in Nederland niet, vroeg directeur Michael Rutgers van het Longfonds zich donderdagochtend af in het Radio 1 Journaal. ,,Smog houdt niet op bij de grens." Het lijkt Rutgers verstandig uit gezondheidsoverwegingen ook in Nederland de strenge Belgische norm te hanteren - hier geldt zo'n alarm pas bij 200 μg/m3. Zijn statement werd door vele nieuwssites overgenomen.

next.checkt bekijkt een stelling die Rutgers in het radio-interview niet feitelijk zegt, maar die hij impliciet wel uitdraagt: 'Een smogalarm heeft effect op de gezondheid'.

Interpretaties

Kou en het gebrek aan wind kunnen leiden tot slechte 'verdunningsomstandigheden' in de atmosfeer waardoor plaatselijk een 'wintersmog' van fijnstof kan ontstaan. In Nederland worden drie soorten smogsituaties onderscheiden: geringe, matige en ernstige smog. Als de hoeveelheid fijnstof (PM10) in de lucht niet boven 50 μg per kubieke meter komt, is sprake van geringe smog. Bij matige smog, boven de 50 μg/m3, kunnen klachten ontstaan bij mensen die extra gevoelig zijn en/of aandoeningen hebben aan de luchtwegen. Bij 200 μg/m3 gaat matige smog over in ernstige smog en loopt de hele bevolking risico. Was er donderdag genoeg smog voor een alarm? In sommige delen van België lagen de concentraties inderdaad boven de 70 μg/m3. Maar in Nederland viel het mee. Uit de meetgegevens van het Landelijke Meetnet Luchtkwaliteit bleek dat de concentraties in het grootste deel van het land niet boven de 50 μg/m3 uitkwamen: 'geringe' smog dus. In het zuiden waren de hoeveelheden soms iets hoger. Een enkele uitzondering was er in Heerlen, waar op een druk verkeerspunt in de ochtendspits kortdurend een waarde van boven de 100 μg werd gemeten. Het idee dat 'smog niet ophoudt bij de grens' klopt dus niet helemaal. En, klopt het?

Donderdagochtend op Radio 1 reageerde het RIVM, dat metingen naar fijnstof verricht, op de stelling van Rutgers. Aan het woord kwam Ronald Hoogerbrugge, hoofd interpretatie luchtkwaliteit van het RIVM. Hoogerbrugge zei dat de bijdrage van het verkeer aan deze smog beperkt is en dat een tijdelijke verlaging van de maximumsnelheid, zoals in België, nauwelijks effect zal hebben op het terugdringen van de smog - en daarmee op de gezondheid. Door een snelheidsverlaging van 120 naar 90 kilometer per uur zal de hoeveelheid fijnstof volgens hem met hooguit 10 procent dalen.

next.checkt vroeg Hoogerbrugge waarop hij dat percentage baseert. Voor het aandeel van verkeer in de totale concentratie fijnstof (PM10) verwijst hij naar het RIVM-rapport Grootschalige concentratie en depositiekaarten Nederland, Rapportage 2012. Daarin staat beschreven hoe groot het aandeel van elke veroorzaker is op het totale jaargemiddelde fijnstof per regio. Het hoogste aandeel voor wegverkeer werd gemeten in Utrecht: 2,7 μg op een jaargemiddelde van 27,0 μg/m3. Dat is dus 10 procent. Het grootste aandeel van fijnstof in Utrecht komt echter uit het buitenland (8,7 μg/m3). Ook zeezout (4,5 μg/m3) en bodemstof (5,6 μg/m3) dragen aanzienlijk bij op het totaal van 27,0 μg/m3.

Voor het effect van snelheidsverlaging verwijst Hoogerbrugge naar berekeningen in hetzelfde rapport. Daarin staat dat een auto die 120 kilometer per uur rijdt 0,038 fijnstof per kilometer bijdraagt. Een auto die 100 rijdt draagt 0,036 bij en een auto die 80 rijdt 0,033. Bij 90 kilometer per uur ligt die waarde dus iets boven de 0,034. Ook hier is het verschil relatief klein: zo'n 10 procent.

Zou die 10 procent nét het verschil kunnen maken? Er zijn geen bewijzen dat gezondheidseffecten groter zijn dan de relatieve afname van de fijnstof. Met andere woorden: het effect zal in de orde van 10 procent zijn. Belangrijker is de duur van de maatregel: twee dagen iets minder hard rijden heeft nauwelijks effect. Een jaar lang minder hard rijden heeft wel nut, zegt GGD-onderzoeker Saskia van der Zee die onderzoek deed naar de effecten van de snelheidsverlaging op een deel van de ringweg A10 rond Amsterdam in 2005 van 100 naar 80 km/uur.

Uit dat onderzoek bleek dat in de discussie rond de effecten van snelheidsverlaging een belangrijk aspect over het hoofd wordt gezien: de grootte van het stofdeeltje. Voor de wettelijke smogregeling wordt alleen gekeken naar het grootste fijnstofdeeltje: PM10. Maar uit de studie naar de A10 bleek dat snelheidsverlaging juist meer effect heeft op de kleinere fijnstofdeeltjes (PM2,5) en, bovenal, op roet (PM0,1). Deze deeltjes zijn kleiner en daarom schadelijker: ze kunnen makkelijker bloedvaten en het hart bereiken. En: hoe kleiner het deeltje, hoe groter de bijdrage van 'verkeer' in hun verspreiding. Zo leidde de snelheidsverlaging op de A10 tot een verlaging 15 procent aan roet. Voor PM10 was de verlaging 7,4 procent. Onderzoek naar roet is echter nog experimenteel en metingen zijn nog niet standaard. Ook hier geldt volgens Van der Zee dat de snelheidsverlaging langdurig moet zijn. Een verlaging van enkele dagen heeft weinig effect.

Conclusie

next.checkt bekeek een impliciete bewering van Michael Rutgers, directeur van het Longfonds: een smogalarm heeft effect op de gezondheid. Het effect van snelheidsverlaging op het grootste fijnstofdeeltje, PM10, is klein: 10 procent. Op het kleinste deeltje, PM0,1, is het effect groter, al is daar het smogalarm niet op gebaseerd. Een snelheidsverlaging voor de duur van enkele dagen, zoals het smogalarm regelt, is volgens onderzoekers van weinig nut op de gezondheid. Er zijn effecten, maar deze zijn verwaarloosbaar. next.checkt beoordeelt de bewering daarom als grotendeels onwaar.

Freek Schravesande, NRC.NEXT, 28 januari 2013

donderdag 24 januari 2013

Smogalarm afgekondigd voor België

BRUSSEL/SITTARD - In België is voor vandaag en morgen een smogalarm afgekondigd. De lucht is te sterk vervuild met fijnstof. Dat maakten de Belgische autoriteiten gisteren bekend.

Als gevolg van het smogalarm mag er op een groot aantal snelwegen niet harder worden gereden dan 90 kilometer per uur. In en rond Brussel geldt een snelheidsbeperking van 50 kilometer per uur waar normaliter 70 kilometer per uur gereden mag worden. De politie zegt extra te gaan controleren.

Bovendien zullen vaste flitsers aangepast zijn op de snelheidsbeperking.

Of het alarm ook nog voor het weekeinde gaat gelden, was gisteren nog niet te bepalen, aldus de verantwoordelijke instanties. Er wordt vóór zondag wel verbetering verwacht. Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu laat weten dat er in Nederland geen smogwaarschuwing is uitgevaardigd.

"In België gebeurt dit bij matige smog, in Nederland waarschuwen we bij ernstige smog", aldus een woordvoerder.

Volgens hem voldoen beide landen desondanks aan de Europese richtlijnen. Die zeggen: als je iets geregeld hebt, dan is het goed.

"Elk land mag zelf weten welke maatstaven voor een smogalarm het aanlegt."

Volgens de kaarten van het RIVM overschreed gisteren de vervuiling van fijnstof in Nederlands- Limburg de Belgische, maar niet de Nederlandse normen. Voor vandaag en morgen wordt in de regio minder smog verwacht.

Dagblad De Limburger, 24 januari 2013

woensdag 23 januari 2013

Harder rijden vervuilt meer

Minister Schultz van Haegen houdt vol dat verhoging van de maximumsnelheid van tachtig naar honderd kilometer per uur geen nadelige gevolgen heeft voor de luchtkwaliteit. En dus ook niet voor de gezondheid van de Amsterdammers die bij de A10-West wonen. Hoe Schultz van Haegen minister heeft kunnen worden, is mij een raadsel. Want logisch nadenken kan deze VVD'er beslist niet: méér snelheid betekent per definitie méér brandstofverbruik, dus ook per definitie méér vervuiling. Dat heet een wetmatigheid. Als zij iets beter had opgelet op de lagere school zou zij ons nu niet lastig vallen met deze onzin. De facto laat ze ons meer kankerverwekkende uitlaatgassen inademen in de hoop stemmen te winnen. Dat stinkt nog veel harder dan de smerigheid die van de A10 afkomt.

Robert Stompff, Amsterdam
Het Parool, het laatste woord, 22 januari 2013

maandag 21 januari 2013

In één klap een einde aan de populariteit van oude diesels

Amsterdam. - Sommige klanten waren eerlijk. Dan kochten ze bij Jan Willem Maassen van den Brink een wegenbelastingvrije Mercedes diesel, en riepen ze bij het wegrijden vol trots: ,,Hier ga ik lekker 40.000 kilometer per jaar mee rijden."

Hij kwam ook wel eens een lekkende, roestende Mercedes-oldtimer tegen. ,,Kwam er ook nog een dikke blauwe rookpluim uit de uitlaat."

Jan Willem Maassen van den Brink importeerde oude Mercedessen. Vanaf 2007 verkocht hij er zo'n acht per maand. Hij kreeg het steeds drukker, de belangstelling voor de Mercedes 190 en de W124 nam steeds meer toe. Auto's van voor 1987 zijn vrijgesteld van wegenbelasting. En de Mercedessen die in de jaren '80 werden gebouwd, zijn volgens Maassen van den Brink ,,niet kapot te krijgen" en prima geschikt voor dagelijks gebruik. ,,De W124 is de beste Mercedes ooit gebouwd. Geen airconditioning, maar wát een vering, heerlijke stoelen en hij stuurt fantastisch." Het bedrijf van Maassen van den Brink, liep de afgelopen jaren goed. Er was ook volop aanbod van belastingvrije bakken. In Duitsland werden de vervuilende auto's uit steeds meer steden geweerd. Importeurs als Maassen van den Brink sprongen daar op in. Ook googelen levert honderden treffers op: ,,Zeer nette Mercedes 250D diesel van 05-08-1985 dus BELASTINGVRIJ!!" Vorig jaar nam het aantal dieseloldtimers in Nederland opnieuw toe, blijkt uit cijfers van brancheorganisatie Bovag. In 2012 reden er bijna 42.000 oude diesels in Nederland, bijna 6.000 meer dan een jaar eerder. Vijf jaar geleden, in 2008, kachelden maar 17.000 dieseloldtimers door het land. Het totale Nederlandse wagenpark bestaat uit 8,1 miljoen personenauto's.

De cijfers van Bovag geven nog een tweede ontwikkeling aan. Hoewel het totale aantal steeg, daalde de import van oldtimers voor het eerst in jaren flink. Van ruim 19.000 geïmporteerde klassiekers in 2011, naar ruim 13.000 vorig jaar. Het aantal geïmporteerde dieseloldtimers daalde van 8.676 naar 5.357.

Volgens een woordvoerder van Bovag wordt de daling veroorzaakt door één zin uit het regeerakkoord van het kabinet-Rutte II. ,,De vrijstelling in de motorrijtuigenbelasting voor oldtimers wordt vanuit milieuoverwegingen afgeschaft", zo werd eind oktober 2012 afgesproken.

Die milieuoverwegingen werden vorig jaar berekend door het Planbureau voor de Leefomgeving. Auto's van 25 jaar en ouder, goed voor slechts 1,5 procent van de door personenauto's gereden kilometers, zorgen voor 5 procent van de totale uitstoot van fijnstof en 10 procent van de uitstoot van stikstofoxiden, stelde het onderzoeksinstituut.

Importeurs en oldtimergarages bevestigen dat het afschaffen van de belastingvrije status per 1 januari 2014 in één klap een einde maakte aan de populariteit van de oude diesels. ,,Ik zie mijn collega's bij bosjes omvallen", stelt René van Liemde, eigenaar van Mercedes Oldtimers Bladel bijvoorbeeld. ,,Het is heel erg beroerd", zegt ook Alexander Stuurman van Stuurman Classics uit het Limburgse Herkenbosch. ,,Veel auto's werden in één klap onverkoopbaar. En er werd een grote uitverkoop gehouden." De nieuwere oldtimers, die voorheen tussen de 4.000 en 6.000 euro opbrachten, werden de afgelopen maanden gedumpt voor 1.500 euro, beschrijft Stuurman. ,,Pure kapitaalvernietiging."

Een woordvoerder van brancheorganisatie Bovag zegt dat ,,de belastingvrijstelling niet bedoeld was voor de grote groep mensen die had ontdekt dat je met auto's uit 1985 en 1986 nog goed dagelijks rond kon rijden." Met de regeling, die stamt uit de jaren '90, moest het 'rijdend erfgoed' worden beschermd. ,,En een Mercedes 190 diesel is geen rijdend erfgoed", zegt de woordvoerder. Bovag overlegt momenteel met de ministeries van Infrastructuur en Financiën over een regeling waarbij ,,de echte oldtimerliefhebber" wordt ontzien. Zo wordt gedacht aan een strippenkaart waarmee een oldtimereigenaar een aantal dagen per jaar de weg op kan.

De oldtimerbranche zegt dat de situatie nijpend is. Volgens de bedrijven worden er op dit moment ook geen 'echte' klassiekers meer verkocht. In het regeerakkoord werden alle oldtimers bedoeld en de onzekerheid over de mogelijke uitzondering is nog groot.

,,Er is niemand die nu een oldtimer koopt", zegt Alexander Stuurman. Wim van Giersbergen, oprichter van de nieuwe belangenvereniging Oldtimerbranche Nederland, noemt de onzekerheid ,,de doodsteek voor de sector". Volgens Van Giersbergen zijn er tussen de 1.200 en 1.500 bedrijven in de branche actief. Ook gespecialiseerde bekleders, garages en lpg-inbouwers worden volgens hem zwaar getroffen.

Jan Willem Maassen van den Brink houdt er op 31 januari maar mee op. Nadat de maatregel uit het regeerakkoord bekend was geworden, bleef het doodstil in zijn garage. Plotseling had hij geen klanten meer. Hij verkocht zijn voorraad Mercedessen daarna tegen bodemprijzen, wat hem naar eigen zeggen een verlies van 30.000 euro opleverde. ,,Nertsenfokkers krijgen tien jaar de tijd om hun bedrijf af te bouwen. Ons werd in één keer de nek omgedraaid." Auto's die 4.000 à 6.000 euro opbrachten gingen ineens weg voor een dumpprijs.

Kleine auto's populair

Volgens brancheorganisatie Bovag worden er in Nederland gemiddeld zo'n 500.000 nieuwe auto's per jaar verkocht. In 2012 waren dat er 502.000. Met name in 2009, door de kredietcrisis, werden er minder auto's verkocht.

De Renault Mégane (21.434 stuks) was in 2012 de meest verkochte nieuwe auto. De volledige top-5 bestaat verder uit de Volkswagen Polo (18.785 stuks), de Peugeot 107 (15.765), de Volkswagen Up! en de Renault Twingo. Vooral kleine auto's zijn populair. Voor fabrikanten een nadeel: de marges op goedkope en zuinige auto's zijn kleiner.

De verkopen van tweedehands auto's daalden vorig jaar licht. In 2011 werden er 1.890.000 gebruikte auto's verkocht door bedrijven en particulieren, in 2012 waren dat er zo'n 1.830.000.

Dolf de Groot, 'In één klap een einde aan de populariteit van oude diesels,' NRC Handelsblad, 18 januari 2013